Schroefdraad

Hier heb je een voorbeeld van versleten schroefdraad. Komt voor in allerlei diktes. Het is vaak de moeite waard om de draad weer gangbaar te maken. 

Dat doe je niet door een blokje hout te gaan vijlen. Zelfs als het je al zou lukken om de draad helemaal na te maken (wat je niet lukt) dan zit je nog steeds met de versleten draad in het blok dat erop moet schroeven. Vandaar dat je altijd en het mannetje en het vrouwtje moet vervangen. Helaas is schroefdraadgereedschap duur en daarom heeft bijna niemand het. Ik dus wel.

 

 

 

Je ziet hier dat de draad danig is afgeplat, er ontbreken zelfs stukken, en de bovenkant is vlak afgezaagd. Dat is jammer, meestal draai je daar een dunne geleidepin zodat de vrouwelijke draad mooi naar de mannelijke draad wordt geleid. 

Vervangen dus. 

 

 

Voor de vrouwelijke draad neem ik een taaie houtsoort, zaag daar een blok van en boor daar een gat in dat ik daarna tap met een groot snij-ijzer. Dat blok met nieuwe draad laat de restaurator dan in in het oude onderdeel waar hij de oude draad met wat hout er omheen heeft weggehaald. Het blok met de nieuwe draad erin lijmt hij dan vast. Dat kan iedere restaurator. 

 


De mannelijke draad is ingewikkelder. Ik begin met de oude mannelijke draad weg te halen en er een gat voor in de plaats te boren. Ik draai een pin van de goede dikte en tap daar met een snij-ijzer de draad op en ik zorg dat de rest van de pin dezelfde maat heeft als dat gat van daarnet.

Dan moet die pin vastgelijmd in dat gat, en dat is het spannende stuk. Want de hartlijn van de nieuwe draad moet overeenstemmen met de hartlijn van de poot, of in ieder geval haaks staan op de bovenkant van de poot, anders draait de vrouwelijke helft schuin op de poot en dan gaat de boel snel stuk. Dat bereik ik door het vrouwtje op het mannetje te draaien en dan op een steunplaatje te laten rusten, en dat steunplaatje rust dan weer op de bovenkant poot. En daarna mooi beide delen in de was. Dan kan het weer heel lang mee!

Knoppen

Soms zijn knoppen van heel zacht materiaal, zoals deze vlaggestokknoppen van Western Red Cedar. Want dat is zo lekker degelijk hout.

 Deze knopjes zijn van Ivoor. Die zijn héél hard!

Deze knopjes zijn van Ivoor. Die zijn héél hard!

 Knopjes van lepelenhout.

Knopjes van lepelenhout.

 Die zwarte dingetjes zijn inderdaad van Ebbenhout. En daarvoor liggen knoppen van Kersenhout.

Die zwarte dingetjes zijn inderdaad van Ebbenhout. En daarvoor liggen knoppen van Kersenhout.

 Knopjes van grenenhout. Heerlijk hout om te draaien.

Knopjes van grenenhout. Heerlijk hout om te draaien.

Leuningwerken

Kijk, zo begint het vaak: een kale trap omdat in de zestiger jaren alles is weggehaald. Weg eindpaal, weg spijlen of balusters, en weg trapleuning. Soms is er nog een oude foto, iets bij de buren of op zolder. Of ik ga iets tekenen. Soms wordt het helemaal een reconstructie van het oude, soms komen er aanpassingen omdat het hele huis is veranderd. 

Een trapboom kan recht zijn, of gewelfd, of zelfs dubbel gewelfd zoals voor het stukje bovenaan bij de tweede foto. (Daar komt dan een wrong in de leuning.)

Dat heeft allemaal gevolgen voor de leuning, hoe die moet meekrommen. Soms is de leuning rond, soms is de leuning geprofileerd, meestal is dat dan een “sleutelgatprofiel” maar soms is het weer allemaal anders. Ik verveel me dan ook nooit met trappen, ik heb nog nooit eens iets krek eender gemaakt.

Hier linksonder een trap waar de hoofddpaal op de ene verdieping overgaat in de spil van de volgende verdieping, en een andere spil gaat over in een eindpaal. Dat waren saaie balken, en ik kon daar mooi wat profiel in snijden. Rechtsonder een detail.

Soms staat de hoofdpaal op de onderste tree, die tree is dan ook wat groter, loopt om de paal heen, dat heet een bloktree. Dit is een trap uit de dertiger jaren, zo veel mogelijk recht, tot rechthoeken herleid, zelfs de draaiwerken. 

Als je vanuit het camerastandpunt omhoog kijkt zie je een leuk trapgat. Deze trap was helemaal weggetimmerd onder de schrootjes. En dat was echt netjes gedaan, door een timmerman die keurig had gewerkt. Maar met die spijlen wordt het zo lekker luchtig en ruim.

Het is grappig hoe de smaak verandert. Tot in de jaren vijftig werd houtwerk gewoon donker geschilderd, en werd het zo massief. Misschien niet zo’n wonder dat mensen er de zaag in wilden zetten! Als ik nu een trapleuning maakzeggen de mensen vaak dat ze het hout heel mooi vinden, maar dat ze hem tóch wit schilderen. Dat is de smaak, misschien komt donkerbruin over vijf jaar wel weer terug, dat kan. 

Wat ik veel belangrijker vind is dat mijn klanten juist kiezen voor mooie details en een leuning die past bij de trap. (Dan voelen je handen wat je voeten moeten doen.)

Deze trap hier rechts is een triomf. De leuning is dubbelgebogen (dat is een wrong; wrongen zijn leuk lastig) en kijk eens wat voor leuke balusters, met vierkante blokjes in het midden met daarop weer draaiwerk. Tum tums noemen we die draaiwerkjes op de blokken.

 

 

 

Met een eikeltje maak je van een gewone ronde leuning weer een feest!

 

 

 

Hier zie je goed hoe een kromme leuning samen-gesteld is uit dunne latjes die in de kromming op elkaar vastlijmd zijn.

 

 

 

 

In de hoeken wordt het spannend. Blijven de leuningen los van elkaar, of raken ze elkaar juist?

Met ronde leuningen is dat redelijk makkelijk te doen. Met een scherpe hoek. Of met een bocht of wrong. Dat is wel wat meer werk, maar het comfort is natuurlijk onovertroffen!

 

 

Meestal vergeet ik de beginsituatie vast te leggen, maar hier linksonder is dat wel gelukt. En rechtsonder wat het geworden is: weer zo’n mooie moeilijke wrong. (En met spijlen van de conculega!) Ja, de muurleuning is nog het oude type, maar die ga ik binnenkort ook vervangen!

Balkonhekken

Dan ga ik eerst kijken, want met kijken begint alles. Soms is het oude balkonhek al helemaal weg, maar hebben de buren nog iets. En soms is het oude balkonhek er nog wel. Maar het is altijd een puzzel. Want wat er te zien is is natuurlijk al tig keer geschilderd en gerepareerd of meer dan dat. 

Ik vind het dan een hele kunst om allereerst te reconstrueren hoe het hele balkon geweest is in de tijd van de bouw. Omdat ik langzamerhand heel veel balkons heb gezien lukt het me vaak om de reparaties te onderscheiden. En dan pas kun je gaan denken over wat er nieuw zou moeten komen. Graag stijleigen passend bij het huis, maar ik heb zo mijn eigen kleine ideetjes erbij.

Hiernaast een schets van een balkonpaal met in doorsnede de onder-en bovenregel, en daarachter een eenvoudige hoofdpaal. En daar zie je dat de bovenkanten van de regels schuin aflopen, dan stroomt het water er mooi af. Dat heet een “Ezelsrug”. Meestal zie je die alleen maar aan de bovenregel. En blijven de druppels gewoon liggen op de onderregel. Al te vaak verdwijnen die druppels dan in de verbindingen met de spijlen of de hoofdpalen. Gaan die weer rotten en heb ik weer werk. 

En bijna altijd zijn ook de onderkanten van de regels gewoon vlak. Daar blijven dan weer van die vette druppels aan hangen, en die gaan natuurlijk dan weer in de verbinding met de hoofdpaal zitten. 

Vroeger werd er vaker geschilderd, want juist die verbindingen zijn zo kwetsbaar, veel meer dan de vlakken. En iedereen kijkt naar die vlakken. Zolang de verf er daar maar niet afbladdert is het toch goed? Nee dus. Het eerste scheurtje is al genoeg om vocht in de verbinding te krijgen. Daarom doe ik het liever zoals in de schets en de foto:

ezelsruggen boven en onder allebei de regels. Lijkt werk en kost wel iets meer. Maar de levensduur van het hele hek gaat er met sprongen op vooruit.

Een ander heel belangrijk punt is dat de palen die het hek dragen natuurlijk nooit met hout op het zink mogen staan, of met zink om het hout heen gespijkerd. Dat laatste deden ze vroeger overal, maar weer dat onderhoud hè. Dus door de kieren die even later tussen het hout en het zink ontstaan loopt het water zo naar binnen. Kassa!

En natuurlijk is de houtsoort hier heel belangrijk. Omdat een balkon in de zon erg warm kan worden kan het daardoor ook makkelijk scheuren of loswerken bij de verbindingen. 

Loofhout werkt nerveuzer dan naaldhout merk ik, daarom doe ik balkonnen eigenlijk alleen nog maar in Western Red Cedar waar weinig mechanische belas-ting is. En Oregon Pinevoor waar meer mechanische belasting is.

Leuk hé, mooie dingen maken is toch echt erg fijn om te doen!


Meer weten? Mail ons gerust!

Hamers

 Golfhamer

Golfhamer

Echt mooie voorzittershamers of vergader-hamers zijn helemaal niet zo makkelijk te vinden. Behalve hier dan.
Ik maak ze op maat zoals de twee bovenste hamers, alles kan! 
De gekleurde hamer kan de kleuren dragen die ú bedenkt.
Ik maak ook kleine series, er ligt altijd wel iets klaar voor wie haast heeft.

 Duideljke hamer

Duideljke hamer

 Kleurtjeshamer

Kleurtjeshamer

 Multiplex hamer

Multiplex hamer

 Eik-Noot hamer

Eik-Noot hamer

 Appelhout Hamer

Appelhout Hamer

 Hulsthamer

Hulsthamer

 Eikenhout Hamer

Eikenhout Hamer

 

Poten

Alles dat staat en iets draagt zien we als een poot. Onder tafels, stoelen, boekenplanken, je vindt ze overal. Het mooie van een handmatige draaierij is dat de mogelijkheden voor poten eindeloos lijken, zolang het maar “rond en van hout” is. We kunnen dus alles maken!

En dan kan het klassiek zijn zoals hierboven, of strak modern zoals hiernaast. Die hiernaast was een enkele centrale poot voor een grote tafel, die moest dus groot en zwaar zijn. Die hierboven is een poot voor een klassieke Grenen tafel, die moest dus wat ornament hebben, dat noemen we “Holletje-Bolletje”.

Dat Holletje-Bolletje is al heel oud, het komt voort uit de Griekse zuilen van al voor de jaartelling. Pas in de tijd na de Eerste Wereld-oorlog kwamen er andere vormen in de draaierij, onder andere door het kubisme, kijk maar eens naar het pootje nummer 3 hiernaast.

Het valt helemaal niet mee om te ontkomen aan de conventies van het holletje-bolletje, linksonder zie je een mengvorm. Dat was ook al een zware poot, bovenaan 30 cm dik!

En al die poten hier rechts zijn wel niet zo holletje, maar wel heel erg bolletje! Ik vind dat een van de charmes van het maken van poten, dat de tradities nooit ver weg kunnen zijn. Eigenlijk is dat wel heel bijzonder, zelfs als we iets heel erg origineels bedenken voor onder een tafel, dan staan we nog steeds in een heel lange traditie, want hoelang zijn er al tafels die we met poten ondersteunen?